Onderzoek naar flora en fauna in coulisselandschap

Dit voorjaar is een onderzoek gestart naar de flora en fauna in het coulisselandschap van de
Noardlike Fryske Wâlden. Het doel is in kaart te brengen welke bijzondere dieren en planten er in
de elzensingels en dykswallen (houtwallen) leven. Ook moet duidelijk worden of de aanwezigheid
van bepaalde dier- of plantensoorten samenhangt met het landschapsonderhoud door de boeren
in de streek.

Het zal niemand ontgaan zijn die wel eens in de Noardlike Fryske Wâlden komt: het
coulisselandschap van elzensingels en dykswallen krioelt van het leven. Maar hoeveel leven is dat
eigenlijk en hoe bijzonder is dat? Wat is het verband met het landschapsonderhoud? Hoe kan
rekening worden gehouden met de bijzondere natuur in de wallen en singels? Deze vragen staan
centraal in het onderzoek naar de biodiversiteit van het coulisselandschap in Noordoost-Fryslân door
de vereniging Noardlike Fryske Wâlden (koepelorganisatie van zes agrarische natuurverenigingen),
ecologisch onderzoeksbureau Altenburg & Wymenga en Landschapsbeheer Friesland. Het onderzoek wordt gefinancierd door de provincie Fryslân.

Zeer belangrijk

Er is veel aandacht voor het landschap van de Friese Wouden, maar er is maar weinig bekend over de
specifieke natuurwaarde. Er zijn wel aanwijzingen dat bepaalde vogelsoorten zoals de gekraagde
roodstaat en de spotvogel, de zogenaamde houtwalvogels, een voorkeur hebben voor singels en
wallen om in te broeden. In het project proberen de drie organisaties er achter te komen welk deel
van de landelijke populatie in de regio broedt. De onderzoekers gaan ook kijken naar een aantal
bijzondere planten- en mossensoorten die speciaal in de Noardlike Fryske Wâlden voorkomen.
Verder vindt er onderzoek plaats naar vleermuizen waarvoor het coulisselandschap vermoedelijk
zeer belangrijk is.

Meteen raak

Bijzonder is de studie naar de groep van ongewervelde dieren. Van deze diersoorten is heel weinig bekend in de streek. Een eerste proefmonstering was wel meteen raak: de onderzoekers vonden een sluipwesp die nog niet eerder in Nederland was aangetroffen. De bedoeling is de inventarisaties in de toekomst te gaan herhalen. Dit wordt monitoring genoemd. Dan verwachten de partijen ook meer te kunnen zeggen over het verband tussen het landschapsonderhoud dat meer en meer professioneel door de boeren wordt opgepakt en de ontwikkeling van flora en fauna.

Meer informatie is te verkrijgen bij: drs. Ernst Oosterveld

 

 

Fotograaf: