Je ziet ze meestal niet maar ze zijn er wel: porseleinhoenders in natte moerassen. Deze fraaie nachtdravers laten echter duidelijk horen dat ze er zijn. Zodra ze aankomen uit het zuiden, rond eind april, begin mei, laten ze ’s nachts hun zwepende roep horen. Alleen niet zo vaak, en niet altijd op hetzelfde moment. Dat maakt dat het vaststellen van het aantal porseleinhoentjes in een moerasgebied geen sinecure is.
Om daar grip op te krijgen hebben we, met inzet van Sara Vits, nauwkeurig gekeken naar wanneer en hoeveel deze vogels roepen. Dat is gedaan met Audiomoths. Dat zijn luisterkastjes, zeg maar ‘luistervinken’, die 24/7 continu geluiden opvangen. In totaal zijn tussen maart en juli 2025 72 AudioMoths ingezet in moerasgebieden in Groningen en Friesland. Die data zijn vergeleken met de resultaten van het standaard veldwerk, waarbij in dezelfde periode de gebieden vijfmaal ’s ochtends vroeg en ook ’s nachts werden geïnventariseerd.
Wat bleek? Er werden in de gebieden een flink aantal porseleinhoenders aangetroffen met de Audiomoths. Slechts een klein deel van die vogels werd ook gehoord bij de veldbezoeken. De detectiekans met de gebruikelijke veldmethode is daarom laag (gemiddeld 14%), zelfs onder optimale (weers)omstandigheden. In totaal werden 78% van de territoria gemist in vergelijking met de akoestische detecties met de Audiomoths. De resultaten wijzen erop dat de gangbare methode – veldwerk – niet optimaal is voor het monitoren van porseleinhoenders. Vooral in grote wetlands is het daarom wenselijk de veldbezoeken aan te vullen met akoestische monitoring. Dit jaar gaan we opnieuw onderzoek doen naar de porseleinhoentjes. Voor meer informatie kunt u contact opnemen met A&W.