Zo onstuimig als de week eindigde, zo rustig begon hij. Geen activiteit op de Luistervinken, Greg zat nog altijd in de Groote Wielen en de planning voor de komende veldmetingen lag al klaar. Het leek een van die weken te worden waarin je je to-do-lijst hoopt in te korten. Totdat, laat op de avond, alles ineens verandert.
Rond 21.30u verscheen er een bericht in de groepsapp: een automatische melding van Waarneming.nl. Diezelfde avond, rond 19.00u, was er een porseleinhoen gehoord bij het Lauwersmeer. De meesten van ons hadden op dat moment geen auto meer tot hun beschikking. Toch bleef het knagen. Hoe groot was de kans dat de vogel er nog zat?
Martijn besloot het erop te wagen en vertrok alsnog richting het gebied om meer inzicht te krijgen in de roepactiviteit van het waargenomen porseleinhoentje. Wat hij daar aantrof, was wel heel onverwacht: een groep jongeren die de avond vierde op een bankje, precies op de plek van de waarneming.
Na een verzoek aan de jongeren om wat stiller te zijn, volgde… stilte. Maar niet de stilte waar we op hoopten. Geen enkel roepje van een porseleinhoen. Ook niet op andere plekken in het gebied, ondanks meerdere pogingen. Zo ging Martijn bitter weer naar huis. De toevallige opname van een uitbundig zingende nachtegaal was een doekje voor het bloeden. Was dit porseleinhoen slechts kort aanwezig geweest? En waarom liet hij zich juist horen rond zeven uur ’s avonds, nog bij daglicht, om daarna volledig stil te vallen?
De volgende ochtend bracht opnieuw onverwacht nieuws. Na een lange tijd stilte op de Luistervink in het Fochteloërveen, was er activiteit geregistreerd: een roepende porseleinhoen in de vroege ochtend, voor zonsopkomst. De sfeer sloeg direct om. Dit was een nieuwe kans. Diezelfde dag trokken we ‘s avonds het veld in. Eerst nog langs het Lauwersmeer, waar we toevallig de waarnemer troffen van de avond ervoor. Het bleek om slechts een paar roepjes te zijn gegaan. Ook nu bleef het stil, zelfs na gebruik van playbackgeluiden.
Door naar het Fochteloërveen. Wellicht zouden we hier geluk krijgen. Het gebied voelde anders dan voorheen: het veenpluis stond in bloei en gaf het landschap een bijna zachte, lichte uitstraling. Maar hoe mooi het ook was, het porseleinhoen liet zich ook hier niet horen. We wachtten, luisterden, probeerden verschillende plekken… zonder resultaat. De teleurstelling was voelbaar toen we uiteindelijk besloten terug te keren.


De dag erna trokken we naar de Makkumerzuidwaard, om veldmetingen uit te voeren. We troffen er een beeldschoon tafereel aan, dat onze teleurstelling van het Fochteloërveen in één klap deed verdwijnen. Het gebied bleek een levendig geheel van geluid en beweging. Om ons heen vlogen koekoeken heen en weer. Een tuinfluiter liet zijn zang klinken vanuit het struweel. Braamsluipers waren druk bezig hun territorium af te bakenen, wat leidde tot spectaculaire achtervolgingen tussen het groen. We stuitten op prachtige rupsen met enigszins verwarrende namen, zoals ‘grote beer’ en ‘rietvink’.

Onze eerste drie meetpunten lagen in schitterend bloemrijk grasland. Echte koekoeksbloemen, grote ratelaars en orchideeën leken daar ieder op hun eigen manier te strijden om de meeste aandacht. Zoals je zult begrijpen, konden we niet anders dan af en toe even stilstaan om dit prachtige stukje natuur in ons op te nemen.


Na deze drie relatief eenvoudige meetpunten diende de eerste echte uitdaging van de dag zich aan: een sloot. En niet zomaar één. Matt ging voorop en moest tot aan zijn navel door het water waden. Dankzij zijn waadpak bereikte hij de overkant gelukkig droog. Toen Willem daarna vol goede moed dezelfde oversteek wilde maken, ontdekte hij halverwege dat zijn waadpak toch een stuk minder hoog reikte dan dat van Matt. Het scheelde weinig, maar met enige voorzichtigheid wist hij ternauwernood aan een nat pak te ontsnappen.
De volgende dag gingen we op pad naar Van Oordt’s Mersken. Hier wilden we habitatmetingen uitvoeren, want dit was immers het gebied dat Greg had geselecteerd voordat hij naar de Groote Wielen vertrok. Waarom koos hij precies dat ene stukje uit, terwijl er net daarbuiten op het eerste gezicht ook geschikt habitat aanwezig leek te zijn?
Daarnaast besloten we de Luistervink vanuit de Alde Feanen hiernaartoe te verhuizen. De recorder had daar bijna twee maanden in het veld gestaan, maar leverde nauwelijks detecties op. Dat deed ons vermoeden dat de omgeving rond de Luistervink niet, of inmiddels niet meer, geschikt was voor porseleinhoentjes. Toen we de Luistervink ophaalden, werd dat vermoeden verder versterkt: het waterpeil was flink gezakt en op het maaiveld stond nauwelijks nog water. Juist dat ondiepe water lijkt cruciaal te zijn voor de vestiging van porseleinhoenen. In Van Oordt’s Mersken daarentegen stond nog volop water op het maaiveld. Daarmee voelde het als een logische nieuwe plek om verder te luisteren: een gebied waar het landschap nog precies die natte, veelbelovende uitstraling had die zo belangrijk lijkt te zijn voor deze verborgen moerasvogel.
Na een paar dagen rust kwam er opnieuw “vocaal beweging” in het onderzoek. In de Oostvaardersplassen was een hele nacht lang een porseleinhoen op de Luistervink gehoord. Met eerdere ervaringen in het achterhoofd besloten we nog even af te wachten. Eén nacht activiteit was misschien niet genoeg… Maar nog voordat we daarheen konden vertrekken, diende zich alweer een nieuwe kans aan: een roepend mannetje in Drenthe die op Waarneming.nl was ingevoerd. Hoewel er al een nacht tussen zat, besloten we toch snel te schakelen en stonden diezelfde avond in een open, uitgestrekt landschap. Kraanvogels riepen, watersnippen baltsten en sprinkhaanzangers zongen hun monotone lied, en ondertussen zoemden duizenden knutjes om ons heen.

Vol verwachting gingen we al luisterend de nacht in, maar opnieuw bleef het stil. Ook geen reactie op playbackgeluiden, geen enkel teken van aanwezigheid… Inmiddels was het na twee nachten roepactiviteit ook op de Luistervink in de Oostvaardersplassen weer stil geworden… Langzaam begint een patroon zichtbaar te worden. Porseleinhoentjes lijken zich soms maar kort op een plek te laten horen: een paar roepjes, een enkele avond of twee, en daarna verdwijnen ze weer. Maar waarom? Blijven ze slechts enkele uren in een gebied voordat ze verder trekken en zijn we dus simpelweg steeds nét te laat? Of zouden ze al zo snel een partner hebben gevonden, en vallen ze daarom stil?
Het zijn vragen waar we voorlopig nog geen antwoord op hebben. Wat wel duidelijk wordt, is hoe ongrijpbaar deze soort is. Elke melding brengt nieuwe hoop, elke stilte nieuwe vragen.
Elena Kappers en Willem Verboom
Ben je teller of actief in het veld in Friesland, Groningen, Drenthe of Flevoland? Geef je waarnemingen door en draag direct bij aan dit onderzoek!
Heb je onze vorige blogposts al gelezen? Je vindt ze hier.