Tussen de trompetterende kraanvogels stonden we ‘s avonds midden in het hoogveen, wachtend op de roep van het porseleinhoen. Nog geen week eerder hadden we in de Oostvaardersplassen het vrouwtje Mattea gevangen en dat smaakte naar meer! Toen in het Fochteloërveen een mannetje zich een hele nacht op de Luistervink liet horen, wisten we dat dit onze volgende beste kans zou zijn. Gespannen luisterden we, afwachtend of de vogel opnieuw zou beginnen te roepen.

De zon was al een poosje onder, en terwijl het donkere wolkendek langzaam plaatsmaakte voor een oranje avondlucht, klonken daar de eerste roepjes van een porseleinhoen uit het veen! Na weken luisteren achter de laptop, was het voor mij bijzonder om het geluid eindelijk in het veld te horen. De vlagerige noordoostelijke wind vervormde de richting, waardoor het leek alsof de vogel zich steeds verplaatste: eerst vanuit het midden van het hoogveen, dan weer pal naast de weg waar we stonden. Door ons geleidelijk te verplaatsen, wisten we de vogel na een poosje inderdaad vlak naast de weg te lokaliseren.
Na de teleurstellende ervaring met de zaklampmethode in het dichte riet van de Oostvaardersplassen, wilden we deze beproefde techniek opnieuw uitproberen in de veel opener vegetatie van het Fochteloërveen. Wender en Elena trokken eropuit, terwijl Martijn en ik op afstand toekeken. Plotseling floepte het licht van de zaklamp aan, terwijl Wender met het vangnet door het moeras naar het roepende mannetje sloop. Even ging het licht weer uit en aan. Toen ze vervolgens zonder porseleinhoen terugkwamen bleek dat het mannetje in het net had gezeten, maar daaruit wist te ontsnappen…
Toch waren onze kansen nog niet vervlogen. Het porseleinhoen bleek een fel individu, dat mogelijk alsnog met een kooi te vangen was. We plaatsten snel een aantal vallen en lieten de vogel daarna met rust. Naarmate de nacht vorderde, bleef het verlossende signaal van de verklikkers op de vallen echter uit. Toen de vogel na middernacht uiteindelijk stilviel, vervloog ook onze laatste kans. We haalden de vallen op en hielden het voor gezien.

De volgende ochtend bleek uit de gegevens van de Luistervink dat het mannetje in de vroege uren opnieuw uitgebreid had geroepen. Toen de vogel ook de daaropvolgende avond weer volop actief was, besloten we de ochtend daarna een nieuwe vangpoging te ondernemen. Het was een stralende ochtend: de eerste uitgeslopen libellen verschenen, terwijl een vroeg aangekomen boomvalk ze boven het veen behendig uit de lucht plukte. Dit zijn de momenten waarop je even stilstaat, om je heen kijkt en beseft hoe bijzonder het is om hier te mogen zijn. Toch leverden de vangkooien, ondanks dat ze urenlang hadden gestaan, opnieuw geen resultaat op. We verlieten het gebied opnieuw zonder vangst.

Diezelfde avond gingen we door naar de Oostvaardersplassen. Dit keer zouden we ook binnen het moeras overnachten. Na het opzetten van de tenten en een snelle maaltijd begon het bekende ritueel: luisteren. Waar we tijdens de vorige vangpoging werden omringd door roepende porseleinhoenen, bleef het nu stil… We trokken het moeras in, naar plekken waar eerder mannetjes zaten te roepen, maar geen enkel mannetje liet zich horen. Terwijl we zo door het stille rietmoeras liepen, riep de plotselinge stilte van de porseleinhoentjes veel vragen op. Zijn alle vogels soms gepaard en daarom gestopt met roepen? Of zijn ze misschien vertrokken naar andere gebieden?

Ondertussen vroegen we ons af of Mattea nog in de buurt zou zitten. Na haar vangst de voorgaande week, lieten de binnengekomen GPS-posities zien dat ze zich in een klein gebied van ongeveer honderd meter doorsnede in het rietmoeras ophield. Toen we deze plek in het duister passeerden, vloog er plots een vogel voor ons uit het riet op. Een ral, zonder twijfel. Maar was het Mattea of toch gewoon een waterral?
Ook de rest van de nacht zouden we geen enkel porseleinhoen horen. De mogelijke oorzaak werd een dag later duidelijk. Nadat Mattea de voorgaande dag nog op dezelfde plek in de Oostvaardersplassen had gezeten, kwamen er plots GPS-posities binnen van vierhonderd kilometer verderop, in Duitsland: een afstand die ze in één nacht had afgelegd!
De locatie leek geen geschikt habitat voor porseleinhoen, dus vermoedden we dat ze de volgende dag verder oostwaarts zou trekken. Dat beeld werd later in het weekend bevestigd, toen er helemaal geen GPS-signalen meer binnenkwamen. Mattea was namelijk buiten bereik van het telefoonnetwerk gevlogen, waarvan we afhankelijk zijn voor haar positiebepaling. Een onverwachte ontwikkeling die meteen nieuwe vragen oproept.
Ondertussen bleef het stil op de Luistervink in het Fochteloërveen. Ook elders werden geen porseleinhoentjes meer gehoord, na weken waarin de waarnemingen juist binnenstroomden. Waar zijn alle vogels gebleven? Is Nederland slechts een tussenstop en bestaat de ‘aprilpiek’ uit vogels die verder oostwaarts trekken?
Deze week liet zien hoe lastig het vangen van porseleinhoenen kan zijn, maar maakte ons tegelijk alleen maar vastberadener om meer vogels van een zender te voorzien. Nu is het wachten op de volgende vangkans. En wat Mattea betreft: de zender blijft gewoon GPS-punten verzamelen, en deze zullen worden verzonden op het moment dat ze weer binnen het telefoonbereik is. Mogelijk zal dat pas na afloop van het broedseizoen het geval zijn…
Berber Haagsma
Heb je onze vorige blogposts al gelezen? Je vindt ze hier.