Na twee weken afwachten, terwijl de detecties van porseleinhoenen binnenstroomden, was het op dinsdag 14 april dan eindelijk zover. We hadden de zenders binnen en konden vertrekken voor een eerste nachtelijke vangpoging! De bestemming was de Oostvaarderplassen. Een veilige keuze, nadat de Luistervink daar steevast iedere nacht tientallen, soms zelfs honderden detecties van meerdere porseleinhoentjes binnenkreeg. Ook in de voorgaande nacht was het weer flink raak, met maar liefst 258 individuele roepjes.
Terwijl de zon al merkbaar aan het dalen was, kwamen we aan bij we de ingang van de Oostvaardersplassen. Om onze overnachtingsplek te bereiken, moesten we vervolgens met de auto het gebied doorkruisen. Onderweg zagen we kuddes heckrunderen en konikpaarden over de grasvlaktes draven. Tussen het riet verscheen af en toe een edelhert of een voorbijrennende vos.


Toen we aankwamen, bleek dat onze slaapplek uit twee kleine houten hutjes zou bestaan. Op dat moment begon het te dagen dat slapen hier misschien minder comfortabel zou zijn dan gehoopt, maar dit was een zorg voor later. De eerste prioriteit was nu om nog snel wat te eten voordat we het moeras in zouden gaan, want de zon ging al onder en het avondkoor onder leiding van blauwborsten was al begonnen.

Om bij de vangplek vlak bij de Luistervink te komen, stapten we over van auto naar kano. Met het materiaal tussen ons in, gleden we stilletjes over het water steeds verder het moeras in. We legden de kano aan bij een droge open plek die we als een tijdelijke uitvalsbasis en ringlocatie zouden gebruiken, zodat twee van ons met waadpak het riet in konden trekken om de porseleinhoentjes te vangen. Terwijl we bezig waren onze spullen uit de kano te laden, hoorden we om ons heen de eerste roepjes van porseleinhoen: eerst één, toen meerdere, en al snel klonk het alsof ze overal zaten.
Waar er kort daarvoor nog enige twijfel bestond over of we er überhaupt een zouden horen, leek het met dit aantal roepende individuen plotseling mogelijk dat we er echt een gingen vangen! Opgewonden door de unieke mogelijkheid die zich hier voor ons ontvouwde, trokken twee van ons het rietveld in. Samen met de andere teamleden bleef ik in spanning achter, hopend op de terugkeer van het vangteam met een porseleinhoen.
Ter voorbereiding op het vangen van porseleinhoentjes hadden we ons verdiept in onderzoek en literatuur uit onder andere Duitsland en Denemarken. Daarin kwamen verschillende vangmethoden naar voren, elk met hun eigen voor- en nadelen. Die avond begonnen we met een beproefde methode voor het vangen van roepende mannetjes met behulp van een zaklamp. Op deze manier wist een Duitse onderzoeker in de jaren ’90, tijdens zijn promotieonderzoek aan porseleinhoentjes en kwartelkoningen, tientallen vogels te vangen.
Bij ons in het veld pakte het echter anders uit. Al snel werd voor het vangteam duidelijk hoe afhankelijk deze methode is van de omgeving. De porseleinhoentjes zaten diep in het dichte riet verscholen, waardoor ze nauwelijks zichtbaar waren en lastig te bereiken. Ze wisten weliswaar verschillende individuen tot enkele meters te benaderen, maar telkens zat er te veel riet tussen om echt toe te slaan.
Inmiddels was het na middernacht, en daarmee 15 april: mijn verjaardag. Zonder twijfel de meest bijzondere die ik tot nu toe heb gehad. Terwijl wij bij de ringlocatie wachtten, werden onze tenen langzaam kouder en kouder. Na zo’n tweeënhalf uur keerde het vangteam eindelijk terug. Aan hun houding was het resultaat al af te lezen: geen porseleinhoen. Deze vangmethode bleek hier simpelweg niet te werken. We hielden het daarom voor gezien en besloten terug te gaan naar ons slaapverblijf. Voor het eerste licht zouden we het opnieuw proberen, maar dan met een andere aanpak.
Na drie uur in een staat van half slaap en half wakker in de houten hutjes te hebben gelegen (het probleem voor later was inmiddels behoorlijk actueel geworden…), ging de wekker en trok ik samen met Wender het moeras in voor een nieuwe vangpoging. Met de harde les van de avond ervoor nog vers in ons geheugen, kozen we dit keer voor een andere methode: inloopkooien.
Vanaf dezelfde plek als de avond ervoor liepen we weer het riet in, op zoek naar een geschikte plek. Bij een roepend mannetje zetten we de vangconstructie op. Daarna trokken we ons voorzichtig terug en lieten we de opstelling een halfuur met rust. In de tussentijd kwam de zon langzaam op en terwijl wij weer richting de vallen liepen, viel het op hoe stil het was geworden. De porseleinhoentjes die eerder in de schemering nog zo luid waren, lieten nu niets meer van zich horen. Het voelde alsof dit onze laatste kans was…

Toen we bij de vallen aankwamen, ging onze blik meteen naar de dichtstbijzijnde. Die stond nog open: niets… Even een kort moment van teleurstelling. Dan de tweede. Die was wél afgegaan. We keken elkaar aan: zou het…?
“Bingo!” hoorde ik Wender zeggen. En ja hoor: daar zat een porseleinhoen in de inloopval!
Voorzichtig haalden we haar uit de val en stopten haar in een bewaarzakje, waarna we snel terugliepen naar de rest van de groep. Op basis van onze berichten stonden ze ons al in euforie op te wachten, klaar om dit individu op te meten en van een zender te voorzien.
Tot onze verrassing bleek het op basis van de lichaamsmaten en kleedkenmerken om een vrouwtje te gaan, iets waar we extra blij mee waren, omdat de kans om een vrouwtje te vangen een stuk kleiner is. We gaven haar de naam Mattea, ter ere van mijn verjaardag, en na het meten en zenderen brachten we haar weer terug naar de vangplek. Daar vloog ze bij loslaten meteen terug het riet in. Nadat we nog enkele AudioMoths hadden geplaatst om de roepactiviteit van porseleinhoenmannetjes rondom dit vrouwtje te kunnen monitoren, lieten we haar weer met rust en verlieten de Oostvaardersplassen.
Sindsdien krijgen we via internet ongeveer elke twee uur een locatie van dit vrouwtje binnen. We zien dat ze zich op een paar honderd meter van de vanglocatie heeft gevestigd en kunnen ook zien wanneer ze rustig is of beweegt. Aan de hand van deze gegevens hopen we onder andere vast te gaan stellen waar en wanneer ze tot broeden overgaat. Iets waar we voor Nederlandse porseleinhoentjes bijna niets over weten. Al met al dus een zeer succesvolle eerste vangst. De kop is eraf!


Matt Janssen
Heb je onze vorige blogs al gelezen? Je vindt ze hier.