Er is veel aandacht voor herstel van de bijzondere natuur in natuurgebieden. Maar ondertussen verdwijnen veel algemene soorten planten en dieren geleidelijk uit het Nederlandse landschap daarbuiten. Dat is waarom ook de biodiversiteit in het landelijk en stedelijk gebied steeds meer aandacht krijgt. Een belangrijk instrument daarbij is de Basiskwaliteit Natuur. De BKN betreft de condities die nodig zijn voor algemene soorten om algemeen te kunnen blijven of dat weer te worden. Maar hoe geef je die BKN praktisch handen en voeten, om welke soorten gaat het en wat zijn goede maatregelen? De Provincie Fryslân liet dat uitwerken voor de Friese landschappen.
Samen met Landschapsbeheer Friesland en Werkend Landschap werkte A&W het concept BKN uit voor acht Friese deelgebieden: de Basiskwaliteit Natuur en Landschap Fryslân. Het verleden vormt daarbij de basis én inspiratiebron. Hoe is een landschap ontstaan, welke landschapselementen kwamen voor en welke soorten hoorden daarbij? En ook: wat is er in de loop der tijd verdwenen en veranderd? Dat helpt om scherp te krijgen welke soorten eigenlijk algemeen zouden moeten zijn en wat die nodig hebben. Per landschap is een set aan gidssoorten geselecteerd – planten, vogels, insecten, vissen, zoogdieren, amfibieën, reptielen – die model staan voor een goede basiskwaliteit van dat landschap. Zoals een eenstijlige meidoorn die tijdens de bloei belangrijk is voor insecten, vleermuizen en vogels, en waarvan de bessen in het najaar voedselbron zijn voor tal van vogels. In het rapport is beschreven welke omstandigheden de gidssoorten vragen en wat goede maatregelen zijn. Het resultaat is een fraai vormgegeven en prettig leesbaar rapport.
Belangstelling? Stuur een mailtje naar info@altwym.nl als je het BKNL-rapport wilt ontvangen via we-transfer.
