Nederlands | English | Français | Frysk
Natura 2000 Water en klimaat

Verbindingszones en faunapassages

Dieren kunnen zich in het hedendaagse landschap niet vrijelijk bewegen zonder wegen, spoorlijnen of grote kanalen te moeten passeren. Dergelijke infrastructuur kan voor met name de grondgebonden soorten – van kleine amfibieën, muizen tot grote reeën, marterachtigen en dassen – een grote barrière zijn. Vooral op plaatsen waar dierbewegingen zich concentreren kunnen veel verkeersslachtoffers onder dieren vallen. Om dit probleem aan te pakken en de barrièrewerking van infrastructuur te verkleinen worden faunapassages aangelegd. Dit kan gaan om kleine faunatunnels maar ook om grotere faunapassages en ecoducten. De effectiviteit is sterk afhankelijk van de precieze plaatsing, de begeleidende beplanting en de plaatsing van geleidende rasters.

Voor verschillende vragen kan A&W ondersteuning bieden, bijvoorbeeld bij de aanleg en keuze van faunapassages (welke passage is het meest geschikt), een goede aansluiting op ecologische verbindingszones, het ecologisch ontwerp van ecoducten, grote faunapassages en de aansluitende omgeving, en het meten en monitoren van de effectiviteit van faunapassages. Speciaal voor het ontwikkelen van doorgaande moerasoevers langs aquaducten ontwierp ons bureau het zogenaamde paluduct, waarvan de eerste in Nederland in 2008 is aangelegd bij de Galamadammen langs het Johan Willem Frisokanaal. Het ecoduct Leusderheide ontwikkelt zich inmiddels goed en de vegetatie begint voor steeds meer dekking te zorgen (verslag van enkele veldbezoeken).

Meer informatie of overleg over de toepassing van faunapassages kunt u verkrijgen bij ing. Jasper Schut of ing. Mark Koopmans.