Nederlands | English | FranÁais | Frysk

Inventariseren met de plaatjesmethode.

Bij het inventariseren van reptielen en/of amfibieën gebruikt A&W dikwijls de plaatjesmethode. Hierbij worden langs een traject diverse plaatjes gelegd (meestal zo’n 20 stuks van ca. 40 x 40 cm ) op plaatsen die aantrekkelijk lijken voor deze soortgroepen. Zo zijn op het zuiden georiënteerde boswallen en boomgroepen op heideterreintjes bijvoorbeeld aantrekkelijk voor de Hazelworm en Levendbarende hagedis en venranden voor de Ringslang. De plaatjes worden neergelegd op plaatsen waar de zon de plaatjes kan verwarmen (maar waar ook voldoende dekkingsmogelijkheden aanwezig zijn, bijvoorbeeld in de vorm van struweel of forse heidestruiken.

Reptielen warmen zich graag op, dus een zonnige plek is belangrijk. Te heet is echter ook niet goed, want de dieren moeten niet wegschroeien onder de plaatjes. Het is daarom beter dat de plaatjes niet op het midden van de dag, of de hele dag in de zon liggen. Beter kan de zon de plaatjes aan het begin of einde van de dag beschijnen. De plaatjes kunnen uit verschillende materialen bestaan, zoals kunststof golfplaten, dakpannen, houten of eternit platen of stenen plavuizen. Metalen plaatjes blijken op het midden van de dag te heet te worden.

De plaatjesmethode is vooral geschikt als er maar een beperkt aantal bezoeken beschikbaar is voor het onderzoek. Vooral voor de Hazelworm is de plaatjesmethode een geschikt instrument om de aanwezigheid ter plekke vast te stellen. De soort leidt een verborgen bestaan en is maar zelden open en bloot aan te treffen. Als er bijvoorbeeld slechts vier bezoeken gebracht kunnen worden, is de trefkans bij de plaatjesmethode zo’n 90%, terwijl deze bij de traditionele waarnemingsmethode rond de 40% ligt.  Ook voor het vaststellen van de Gladde slang en de Levendbarende hagedis blijkt de plaatjesmethode een beter instrument te zijn dan traditionele waarnemingsmethoden als slechts 4-6 bezoeken gebracht kunnen worden. 

Een voordeel van de plaatjesmethode is verder dat weersomstandigheden een iets kleiner effect hebben op de trefkans. Als een materiaal wordt gekozen dat de warmte een tijd vast houdt, kunnen, ook als de zon even weg is, nog waarnemingen worden gedaan. Een ander voordeel is dat de plaatjesmethode minder afhankelijk is van de kwaliteit van de waarnemer.

Om nog meer inzicht te krijgen in de optimale omstandigheden bij het hanteren van de plaatjesmethode, legt A&W momenteel bij ieder plaatjesonderzoek vast welke materialen zijn gebruikt, wat de exacte weersomstandigheden waren en of er nog andere gebruikers van de plaatjes zijn geconstateerd, zoals mieren en muizen. Zo houdt A&W de vinger aan de pols om de kwaliteit van het onderzoek te blijven verbeteren.
Voor meer informatie over deze onderzoeksmethode kunt u contact opnemen met ing. Mark Koopmans